De twee kanten van het Kanaal | Harry De Paepe

Wat hebben de Vlamingen, Brabanders en Hollanders voor Engeland gedaan? Anglofiel Harry De Paepe zoekt het voor u uit.

22,50

Beschrijving

De band tussen onze gewesten en Groot-Brittannië is eeuwenoud. De verovering van het eiland door Willem de Veroveraar in 1066 lukte alleen maar door dankzij de steun van ‘Flemings’ en ‘Brabanters’. Het koningshuis en de Engelse economie steunden in de 14de eeuw sterk op onze lakenhandel, wat zorgde voor een bijzondere vriendschap tussen Jacob van Artevelde, een gewone Gentse burger, en de Engelse vorst. Tot in de 16de eeuw kon je in Zuid-Wales gesprekken voeren in Nederlandse dialecten. De bordelen van Vlaamse ‘frows’ waren populaire trekpleisters voor vele Engelsmannen. Met Willem III van Oranje – king Billy voor de fans – kwam er zelfs een Nederlander op de troon. En tijdens de Eerste Wereldoorlog was het Verenigd Koninkrijk een veilige thuishaven voor veel Belgische vluchtelingen.

De twee kanten van het Kanaal is geen klassieke vertelling over koningshuizen en heersers, maar gaat ook over bevriende geleerden, Vlaamse wevers, vluchtende protestanten en Belgian refugees; gewone mannen en vrouwen die hun stempel drukten op de Britse geschiedenis. Want lauw bier, cricket én golf komen van ‘onze’ kant van het Kanaal…

Harry De Paepe(1981) is leraar geschiedenis. Hij publiceert – onder meer op Doorbraak – over het Verenigd Koninkrijk en de eigenaardigheden van de Britten. Dat maakt van hem een graag geziene gast op radio en tv. In 2017 schreef hij, samen met Flip Feyten, met veel tongue in cheeck, het meermaals herdrukte Stiff Upper Lips.

Liefde in tijden van brexit

Gepubliceerd op 27 October 2019
Auteur: Michael Domen

Komt die brexit er nu ooit nog, of niet? Het moet de vraag zijn die Harry De Paepe zowat het vaakst te horen krijgt. Van het klaslokaal tot De Afspraak, van VTM tot Doorbraak, Harry is intussen één van de bekendste stemmen als het over die rare Britten gaat. Zijn anglofilie steekt hij niet onder stoelen of banken, zijn mildheid en oog voor het licht-absurdistische spreken duidelijk een groot publiek aan. Het vlinderdasje helpt ongetwijfeld ook.

Een eeuwenlange uitwisseling


Je zou het haast vergeten — en de Engelsen doen dat ook wel eens — maar Engeland en Europa stonden niet los van elkaar voor 1973, toen het Verenigd Koninkrijk toetrad tot wat toen nog de Europese Gemeenschap heette. In die eeuwenlange uitwisseling tussen eiland en continent stonden de Lage Landen steeds centraal. Voor alle duidelijkheid: De Paepe definieert de Lage Landen in de brede historische zin, dus inclusief Frans-Vlaanderen. Dat deden de Engelsen namelijk ook. Henegouwse huurlingen in de middeleeuwen, voor de Engelsen waren het ‘Flemings’.

De Paepe neemt ons op een soms duizelingwekkende vogelvlucht doorheen de geschiedenis van de voorbije twee millennia. Namen, plaatsen en veldslagen volgen elkaar soms snel op. Zeker in het eerste hoofdstuk — ruwweg van de Romeinen tot en met de Vikingen — gaat het soms wat snel. Uiteraard is het historische bronnenmateriaal hier schaarser — en onbetrouwbaar: zoek Mary Beards docu over Caligula maar eens op. Een scherpere narratieve focus had in dat eerste millennium de lezer meer houvast kunnen bieden. En misschien een beetje nitpicking — zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen — maar waar zijn die Kelten naartoe?

Petites histoires met rode draad


De Paepe is op zijn sterkst in de petite histoire. Hij heeft een uitstekend oog voor een markant verhaal, voor opvallende figuren en vergeten feiten die niettemin de rode draad van uitwisseling tevoorschijn toveren.

Wist u bijvoorbeeld dat de Honderdjarige Oorlog in Gent begon? Met Britse flair en Vlaamse flegmatiek doet De Paepe het verhaal van Jacob van Artevelde, zijn echtgenote en de Engelse koning Edward III uit de doeken. Die laatste roept zichzelf uit tot koning van Frankrijk in 1340, op de Vrijdagsmarkt in Gent, met steun van Artevelde en de Vlaamse steden.

De band tussen Artevelde en de Engelse koning mag goed geweest zijn, maar de steun van de Vlaamse steden heeft meer met economie dan persoonlijkheid te maken. Zoals De Paepe het samenvat:

Edward zocht volop bondgenoten en besefte goed dat de Vlaamse economie zonder zijn wol niet kon overleven. Door hen die precieuze wol nu te ontzeggen, wilde hij de Vlamingen dwingen zijn kant te kiezen. (p60)



Europe’s battlefield?


Wat ons meteen brengt op één van de rode draden in De Paepe’s verhaal: handel en oorlog. De handelsrelaties tussen de Lage Landen en Engeland gaan ver terug, en zijn ook vandaag nog bijzonder sterk. Zoals De Paepe het tijdens zijn boekvoorstelling in Dendermonde stelde: ‘We liggen nu eenmaal waar we liggen’. En met die handel komt soms ook oorlog. Want we liggen dan wel dicht bij Engeland, we liggen al even dicht bij Frankrijk (en later Duitsland).

Het is een verdienste van De Paepe dat hij duidelijk maakt dat de Lage Landen niet zomaar de speelbal waren van de Europese grootmachten. Het traditionele beeld van de Lage Landen als ‘Europe’s battlefield’ mag dan wel kloppen, dat betekent nog niet dat de Lage Landen geen eigen wil – agency, zeg maar – hadden en geen inbreng. Wanneer de Vlaamse steden de kant van Edward III kozen, deden ze dat misschien onder druk, maar tegelijk probeerde men de twee grootmachten Frankrijk en Engeland tegen elkaar uit te spelen. De drie middeleeuwse Vlaamse steden – Ieper, Brugge en Gent – voerden zelfverzekerd een soort eigen neutraliteitsbeleid, om de eigen economie te vrijwaren.

Rozengeur en maneschijn?


De Lage Landen en Engeland zijn dus doorheen de geschiedenis onlosmakelijk met elkaar verbonden, politiek en economisch. Maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd met volle goesting  was.

Wanneer Willem de Veroveraar in 1066 de slag bij Hastings wint — en koning Harald gedood wordt door Lagelander Eustace van Boulogne — krijgen de Vlamingen vooraanstaande posities in het Normandische Engeland, zoals ook blijkt uit het Domesday Book. De influx van Vlamingen was zo groot dat de kroniekschrijver Alfred van Beverley ‘noteerde … dat de Vlamingen “de zesde natie” vormden in het koninkrijk, naast de Welsh, de Picten, de Schotten, de Normandiërs en de Engelsen’ (p37)

De toenemende immigratie van Vlamingen leidt tot bizarre toestanden. Wist u bijvoorbeeld dat er in Wales lintbebouwing bestaat, in dorpjes die zonder uitzondering door Vlaamse immigranten zijn gesticht? Honderden jaren later kwam men in de regio nog ‘Vlaamse’ dialecten tegen.

Maar ook in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd verloopt immigratie niet altijd zonder slag of stoot. Rellen tegen de ‘Flemings’, executies, de ‘Peasants' Revolt’ tegen John of Gaunt – oftewel Jan van Gent, etc.

De vijandigheid van de autochtone bevolking tegen de Flemings was al een hele tijd te voelen. Edward III ordonneerde verschillende keren dat ‘the men of Flanders’ beschermd moesten worden tegen aanvallen. Ze voelden zich zo onveilig dat ze messen droegen als ze de straat opgingen. (p89)


De Paepe documenteert ook het beeld van de ‘Flemings’ in de Engelse literatuur van de 16e eeuw, bij schrijvers als Shakespeare en Thomas Dekker (waarschijnlijk zelf met een oorsprong in de Lage Landen). Dik, boerend en met een voorliefde voor de geneugten van het leven. Echt vleiend is het beeld niet. Maar dat ze met een paar trekken van de pen een karikaturale versie konden neerzetten duidt tegelijk op een goede bekendheid van die ‘Flemings’ bij het publiek.

Encyclopedisch, maar verhalend


De Paepe is welhaast encyclopedisch in zijn aanpak. Passeren nog de revue: Perkin Warbeck, de Frans-Vlaamse troonpretendent en charlatan, die het Vlaamse staartje van de Rozenoorlogen vormde. Jan van Gent en Lionel van Antwerpen, de grondleggers van diezelfde Rozenoorlogen. De verering van Thomas Beckett in de Lage Landen. Hebban olla vogala. John Crabbe, vrijbuiter. De boekdrukkunst, die de Engelsen in de Lage Landen kwamen leren. De invloed van het Landjuweel op het Engelse theater. De eerste calvinisten in Amerika. Rubens en Van Dyck. De oorsprong van de naam ‘Tommy’ voor Engelse soldaten.

Wat het boek trouwens bijzonder siert, is de grote aandacht die De Paepe heeft voor de vaak onderbelichte rol van vrouwen in de geschiedenis van de Lage Landen en Engeland. Van Judith die koning Alfred leerde lezen, tot Mathilde van Vlaanderen die met Willem de Veroveraar trouwde. Van Katlijne van Artevelde tot de ‘frowes’ die badhuizen —  ahum — uitbaatten in Londen. Al te vaak worden zij over het hoofd gezien.

De Paepes encyclopedische aanpak kan soms duizelingwekkend zijn, maar hij houdt het beheersbaar door te focussen op het markante, emblematische verhaal. Dat hij voor een strikt chronologische aanpak gaat, past daar niet altijd bij. Zo vind je wel eens een rare overgang, van bijvoorbeeld het eerste Anglo-Vlaamse verdrag naar het schrijven van ‘hebban olla vogala’. Misschien was een meer thematische aanpak — of het werken via geselecteerde portretten — toch beter geweest. Het had het boek soms wat handzamer gemaakt.

Niettemin is Harry De Paepe een begenadigd verteller. Het hoeft niemand te verbazen dat hij een bijzonder populaire leerkracht geschiedenis is – zoals bleek uit de enthousiaste aanwezigheid van zijn studenten op de boekvoorstelling. Ook in de media zullen we hem ongetwijfeld nog vaak zien terugkomen, hier op Doorbraak  en elders. Brexit of niet.

Laat dat de conclusie zijn van dit boek. Ongeacht de huidige politieke strubbelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, blijven onze gewesten onlosmakelijk met elkaar verbonden. In voorspoed en in tegenspoed. Of om het met Elizabeth I te zeggen: ‘Engeland en de Nederlanden, zij horen bij elkaar als man en vrouw.’ Daar kan geen brexit tegenop.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “De twee kanten van het Kanaal | Harry De Paepe” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Boekinformatie

Aantal bladzijden 264
Afmetingen 23 x 15 mm
Afwerking Softcover
Uitgever Vrijdag

Andere suggesties…